Zoek in de databank naar geveltekens

Sluiten

Wijde Doelen – muur links naast nr 2

Fundatiesteen

HERBOUWD
1914
J.D.DAS. Dzn
NEC ASPERA TERRENT

De grutterij en de groothandel in veevoer van Das Dzn waren gevestigd in resp. de Twijnstraat 58 en 60.  De steen bevindt zich, om de hoek, in de Wijde Doelen, aan de muur van nr 2.

In het pand Twijnstraat 58 was de Oranje Grutterij van Jacob Das gevestigd. Op Twijnstraat 60 liet Das in 1914 een oud huis afbreken en een nieuw bouwen; daar startte hij een groothandel in veevoer. Een gevelsteen, waarop zijn naam, het jaartal 1914 en de spreuk Nec Aspera Terrent (laat U niet door moeilijkheden afschrikken) vermeld staan, herinnert hieraan.

Jacob Das Dzn

Jacob Das Dzn was in zijn tijd een heel bekende bewoner van de Twijnstraat. Paul Krijnen schreef over Jacob Das Dzn in de krant Ons Utrecht (19-11-2008), rubriek Uit de Atlas van A.Grolman, de volgende tekst:

Jacob Das Dzn, die in 1931 op 65-jarige leeftijd overleed, was in zijn tijd een heel bekende bewoner van de Twijnstraat. De heer Serton, geboren in het linkerhuis en thans de tachtig gepasseerd, vertelde ons dat Jacob een echte Pater Familias van de buurt was. Als er gekrakeel op straat was, schoof hij zijn raam open en riep ’Burgers, wat is er aan de hand?!’ en leverde vervolgens een oplossing voor het probleem.
In de Oranje Grutterij, waarvan de naam waarschijnlijk sloeg op zijn politieke voorkeur voor de Anti Revolutionaire Partij, verkocht Das bonen, erwten, gort, rijst en aanverwante artikelen. Zijn oranjegezindheid toonde hij ook in 1913, toen hij zich samen met o.a. zijn buren H.A. Bosshardt (in Manufacturen) en C. F. Dokter (Tabak- en Sigarenmagazijn) inzette voor een monument ter herdenking van het vertrek van de Fransen in 1813. Het monument, naar ontwerp van C.W. Wagenaar, staat nog steeds nabij de Tolsteegbrug, op de Bijlhouwersbrug. De groothandel van Das maakte rond 1900 veel reclame voor Koning’s hoendermeel. Ten bewijze van de kwaliteit van zijn kippenvoer had de ondernemer een kippenren op de hoek van Twijnstraat en Wijde Doelen.
Das was lid van gemeenteraad en staten. Zijn bestuurlijke kwaliteiten bewees hij in 1904 toen hij als voorzitter een vergadering van de Algemene Nederlandsche Molenaarsbond leidde die handelde over de dreigende afscheiding van molenaars uit Noord Brabant. De vergadering riep op tot een blijvende samenwerking tussen molenaars uit het gehele land in federatieve zin.
In 1906 ontpopte Das zich ook als micro-econoom. Hij ontvouwde in het Utrechtsch Nieuwsblad een theorie, die het de gewone winkelier mogelijk moest maken zich staande te houden tegen de oprukkende naamloze vennootschappen en grootwinkelbedrijven. Om concurrerend te blijven moest de winkelier stoppen met het leveren op basis van crediet, of dit nu de deftige boekjesklanten of de alledaagse pofklanten betrof. Het daardoor verkregen kapitaal kon hij direct weer in de onderneming stoppen teneinde de omzet te vergroten. De klant, gedwongen meteen af te rekenen, moest gecompenseerd worden door ‘het geven van procenten’, een korting op basis van een spaarkaartensysteem. Das vatte zijn adviezen aldus samen: ‘ het geven van procenten bij contante betaling is een eisch des tijds’.